Volwassen.
(Een Chassidisch verhaal, naverteld.)

Als er een meningsverschil over de uitleg van de Thora of over een of andere tekst uit de Heilige Schriften ontstond, was het in die tijd en in die landstreek gewoonte, dat drie rabbijnen samenkwamen om een beslissing te nemen. Die uitspraak gold voor deze generatie. Daarna moest men maar weer verder zien.

Zo kwamen eens drie rabbijnen samen om een besluit te nemen in een moeilijke discussie. Zij spraken langdurig en haalden vele vergelijkbare uitspraken aan. Tenslotte naderden zij het ogenblik van de stemming. Twee rabbijnen waren het met elkaar eens. De derde verschilde radicaal met hen van mening. Zijn opvatting zou dus worden weggestemd. Hij was er echter heilig van overtuigd, dat zijn mening de ware was. Wat te doen? Hij besloot de Eeuwige zelf, geprezen zij Zijn Naam, tot getuige te nemen.

“De beek, die langs deze synagoge stroomt, moge bewijzen, dat mijn mening de ware is”, riep hij. En het water begon van beneden naar boven te stromen.
“Sinds wanneer heeft water het recht zich in de discussie van Schriftgeleerden te mengen?!”, reageerde een andere rabbijn. En het water hernam zijn gewone gang.
“Dan mogen de muren van deze synagoge getuigen, dat mijn opvatting de enig juiste is”, riep de rabbijn weer. En de muren van de sjoel begonnen te zwaaien en te wankelen, alsof een zware aardbeving hen trof.
”Wie heeft stenen de wijsheid geleerd om over de Thora te kunnen oordelen?!” riep de andere rabbijn. En de muren verstijfden in de houding, waarin zij op dat moment stonden.  Zo komt het, dat deze synagoge scheef staat tot op de dag van vandaag!
“Dan moge de Eeuwige zelf, geprezen zij Zijn heilige Naam, getuigen, dat mijn opvatting de ware is”, waagde de rabbijn te zeggen.
Een wolk vulde plotseling de ruimte van de synagoge, waar zij bijeen waren. Bliksemflitsen en donderslagen raasden langs het plafond. De drie rabbijnen lagen in totale eerbied en ontzag languit op de vloer. De vreeswekkende Stem galmde door de ruimte:
“DE UITLEG VAN RABBI NAFTANIËL IS DE ENIG JUISTE. IK ZELF BEVESTIG DAT!”

Na een half uur stonden de rabbijnen op en klopten het stof van hun kleren. “Zo,” sprak de oudste, “en zullen wij nu stemmen?” Zij stemden en de uitslag bleef, wat hij was: twee tegen een. De mening van rabbi Naftaniël werd weggestemd.

Dit verhaal ging als een lopend vuurtje langs de dorpen van die landstreek. Zo bereikte het ook een oude, zieke rabbi, die twee weken later overleed. Hij meldde zich bij de poort van Elia.

(Tot juist begrip bij mijn Katholieke lezers moet worden opgemerkt, dat Katholieke overledenen via de poort van Petrus de hemel binnenkomen. De Israëlieten gebruiken echter een oudere en eerbiedwaardigere toegang, waar de profeet Elia hen opwacht.)

“Hartelijk welkom”, begroette Elia hem. “Treed binnen in de woning van de Eeuwige, waar Hij vol liefde op u wacht”.
“Heel graag”, antwoordde de oude, overleden rabbijn. “Maar mag ik u, uit louter nieuwsgierigheid, een vraag stellen?”
“Ga u gang”.
“Hoe reageerde de Eeuwige, geprezen zij Zijn heilige Naam, toen Hij twee weken geleden door dat college van rabbijnen werd weggestemd?”

“Tja”, antwoordde Elia, “die reactie heeft ook ons zeer verbaasd. Wij hingen over de muren van de hemel te kijken naar het spannende debat. Toen de Eeuwige werd weggestemd, doken wij allen in dekking, bang dat een razende storm van vernietigende bliksems naar de aarde zou worden geslingerd! Maar tot onze verbazing sprong de Eeuwige, geprezen zij Zijn heilige Naam, op van Zijn troon, liep juichend rond, klapte in Zijn handen en riep: “Hoera!!! Mijn kinderen worden volwassen!!!”
—————————-

Leon. Raph. de Jong o.p.